dinsdag 10 februari 2015

Couveusekindje


“Zoiets gebeurt toch alleen in een film!” Dit was mijn eerste gedachte toen ik het nieuwsberichtje las over een babyruil. Vandaag kwam in het nieuws dat 2 Franse families bijna 2 miljoen euro schadevergoeding krijgen, omdat vlak na de geboorte 2 meisjes verwisseld zijn door een verpleegster. Beide meisjes lagen in een couveuse en zijn aan de verkeerde ouders gegeven.
 
Ik moet denken aan de geboorte van onze kinderen. Beide moesten na de geboorte ook in de couveuse. Ik weet nog wel dat ook bij mij de gedachte van een babywissel door mijn hoofd gespeeld heeft. Eigenlijk alleen bij de oudste, de eerste bevalling die we meemaakten. Daniëlle was binnen 10 minuten ‘gehaald’ via een keizersnee en nadat ik een glimp van haar opgevangen had, werd ze meegenomen door de kinderarts, die de verdere zorg over haar had. 


In de uitslaapkamer, waar ik een uurtje mocht ‘uitslapen’ van mijn ruggenprik, werd een polaroidfoto in mijn handen gedrukt van Daniëlle in de couveuse. Op dat moment had ik die gedachte van:”hoe weet ik nu zeker dat dit onze baby is?”. Ik zou mijn eigen dochter misschien niet herkennen, want wat had ik nou van haar kunnen zien in die paar seconden. Die angst was eigenlijk direct over, toen ik haar buurmeisje zag liggen, een te vroeg geboren baby van nog geen 5 pond naast onze ‘wolk’ van ruim 8 pond.

Wat moet dat erg zijn om mee te maken. Eigenlijk is de onzekerheid voordat zoiets ontdekt wordt misschien nog erger. Op welk moment begint de twijfel, of dat meisje wat je opvoedt wel je eigen dochter is? Wanneer besluit je om een DNA-test aan te vragen? Denk je dan gelijk terug aan het ziekenhuis en een mogelijke babyruil of ga je als vader twijfelen aan de moeder van je dochter? Hoewel we ons soms afvragen hoe twee echte bètamensen zo’n lieve, zorgzame dochter met totaal andere interesses konden krijgen, mogen we zeker weten dat er van babywissel geen sprake kan zijn.

maandag 19 januari 2015

Brood



De meeste vrienden en bekenden weten wel waar ik mijn brood mee verdien; ik heb een eenmanszaak, een administratiekantoor. Wat begonnen is met enkele uren de boekhouding van ons eigen bedrijf ‘De Kwaadsteniet Consultancy’ bijhouden, is in de loop van 14 jaar uitgegroeid tot een dagtaak van ongeveer 6 uur per dag. Een 15-tal ondernemingen en ongeveer 150 particulieren heb ik inmiddels in mijn klantenbestand.

Voordat jullie denken dat het elke dag luxe broodjes zijn, moet ik eerlijk zeggen, dat lang niet alle uren facturabel zijn. Een flink aantal uren gaat zitten in de bestuursfuncties, meestal het penningmeesterschap, die ik bekleed in verschillende verenigingen en stichtingen. Na eveneens 14 bestuursjaren in de Stichting Kerk en Recreatie Friesland (S.K.R.F.) is er helaas een einde gekomen aan het evangelisatiewerk op camping de ‘De Wite Burch’ in Bakhuizen. Als penningmeester heb ik de taak nog om de jaarcijfers af te ronden voordat woensdag de kascontrole plaatsvindt.

Voordat alles afgerond is, ben ik alweer benaderd voor iets nieuws: Of ik penningmeester wil worden
van de Stichting Vuurwerk. Stichting Vuurwerk verzorgt om de week op zaterdag een kinderochtend voor kinderen van de basisschoolleeftijd. Tijdens deze ochtenden wordt er een verhaal uit de Bijbel verteld en mogen de kinderen deelnemen aan allerlei activiteiten. De grootste ‘klantenkring’ zijn kinderen van het AZC. Weer een mooie evangelisatieactiviteit waar ik de financiële administratie van mag gaan doen. Voordat de overdracht plaatsvindt, word ik nog wel even gewaarschuwd: “Het is wel een schoenendoosadministratie hoor!”.

Vorige week heb ik wat tijd genomen om deze “schoenendoosadministratie” wat te ordenen. Nou ja schoenendoos… het is meer een ‘broodtrommeladministratie’. Benjamin heeft het toch een tijdje zonder broodtrommel moeten doen, maar mag nu zijn broodje weer gewoon in zijn vertrouwde bakje mee naar school nemen.

vrijdag 9 januari 2015

Ik ben...



Een dubbel gevoel heb ik bij de uitdrukking “Je Suis Charlie”. Want ook ik ben Charlie, wanneer dit betekent, dat ieder mens de vrijheid van een eigen mening heeft en een vrijheid om die mening te uiten en hiervoor niet vervolgd of, nog erger, vermoord wordt. Maar aan de andere kant ben ik geen Charlie, die met woorden of tekeningen andere mensen beledigt of beschadigt.  

Er zijn christenen, die de leus “Je Suis Jésus” gebruiken in plaats van “Je Suis Charlie”. De vertaling uit het Frans kan opgevat worden als: ik ben Jezus of ik ben van Jezus. Wanneer je “Je Suis Charlie” op die manier vertaalt: “Ik ben van Charlie”, dan kies ik ook liever de woorden zoals ze in 1 Korintiërs 3 vers 23 staan: Ik ben van Jezus en Jezus is van God. 
 
Bij de woorden ik ben, moet ik ook denken aan hoe de Here zichzelf bekend maakt in Exodus 3 vers 14: “Ik ben, die ik ben”,”Ik ben de Aanwezige”. De God die is, die was en die komen zal. Wat kunnen we ‘naar een God die komen zal’ verlangen, vooral als we denken aan de bloedige aanslagen van de afgelopen dagen: de aanslagen en gijzelingen in Parijs, maar ook de aanslagen van Boko Haram in Nigeria, waarbij meer dan honderd doden vielen.

Ik ben … tja ik ben ook gewoon ik, met mijn frustraties; ik moet alweer bewijzen dat ik, ik ben. Ik moet denken aan een songtekst en CD van Fokke “Ik bin ik”. Was het maar zo eenvoudig, gewoon even doorgeven dat ik, ik ben! Maar ik kan aan Microsoft niet bewijzen, dat ik gewoon Margreet ben, beheerder van mijn eigen Hotmail account. Er staat sinds kort een verkeerd contacttelefoonnummer bij dit account en ook het 2e e-mail adres klopt niet meer. Ik snap er niets meer van en tot twee maal toe heb ik een afwijzing ontvangen: ik ben niet meer degene die ik was…


maandag 29 december 2014

BN-er



Oké, BN-er ben je nog niet, als je een keer met je snoet op tv bent geweest, of in de krant hebt gestaan, maar het blijft leuk als er een positief berichtje over jezelf getoond of geplaatst wordt. Zo is het altijd weer leuk om tussen al de foto’s van de jaaroverzichten in kranten en tijdschriften te zoeken naar bekenden. 
 
Het doet me denken aan een leuk stukje over het schooldammen van de lagere school in Alphen aan den Rijn, waar Frank en Daniëlle aan meededen. Frank stond met op een mooie foto in het “Witte Weekblad” en wat waren we er trots op.  


Zelf mochten we al een paar keer in een krant of tijdschrift ons verhaal doen en na plaatsing van deze berichten is het erg leuk om reacties te krijgen van mensen die het stuk gelezen hebben of je op de foto herkend hebben. Een groot stuk met foto werd in 2007 van ons in het Friesch Dagblad geplaatst. We mochten als ‘christelijke ondernemers’ ons verhaal doen in een speciale zakenbijlage van de genoemde krant.

Ook voor het tijdschrift ‘Quinta’ werden we (in 2008) geïnterviewd, dit keer ging het stuk over het bezoeken van christelijke conferenties. Daarbij werd een mooie kleurenfoto geplaatst. Ab alleen mocht een paar keer met foto en verhaal in een plaatselijke krant, toen hij nog voorzitter was van de v.v. Drachtster Boys.
 
Helaas, dit keer in het jaaroverzicht geen portretfoto’s van ons of onze kinderen. Maar met enige trots wil ik toch een foto van onze buurvrouw, Marja Krans, tonen. Ze staat regelmatig in de plaatselijke kranten, vanwege haar functie als wethouder van Smallingerland, maar deze foto is er wel weer één om trots op te zijn!

woensdag 19 november 2014

Punt

Het jaar 2000 was voor ons als gezin een heel bijzonder jaar: we verhuisden van Alphen aan den Rijn naar Drachten. Van een druk sociaal leven naar een plaats, waar we niemand kenden. Na de drukte van een verhuizing is het erg handig om niet veel activiteiten in de avonduren te hebben, maar weer wat sociale contacten waren zeker welkom.

Als sportief gezin was het logisch dat er gekeken werd naar sportverenigingen waar (vooral de kinderen) actief in konden meedraaien. Daniëlle liet zich van korfbalvereniging “Tempo” uit Alphen overschrijven naar “Drachten, van der Wiel”
en Frank ging van voetbal-vereniging “ARC”, naar “Drachtster Boys”. Om zelf ook wat contacten te krijgen werden we met onze onderneming “De Kwaadsteniet Consultancy” lid van de ondernemersvereniging van “Drachtster Boys”.
Al heel snel raakten we ingeburgerd en mijn eerste bestuursfunctie in Drachten was nog in datzelfde jaar in de supportersvereniging van “Drachtster Boys”. Precies een half jaar heb ik nodig gehad, om uit te vinden dat het toch wat anders was, dan dat ik ervan verwachtte. Vergaderingen bij Anneke Feenstra thuis aan de ‘Nijtap’, die vooral gingen over de volgende bingoavond in de kantine van Drachtster Boys. Prijzen uitzoeken voor een verloting op haar zolderverdieping en in december het verzorgen van de vleesactie, waarbij we als bestuursleden persoonlijk alle rollades afleverden bij de bestellers.
Door deze bestuursfunctie ben ik wel ‘thuis’ geraakt binnen de Drachtster Boys, maar in de loop van dat half jaar werd ik ook binnen de kerk en het gospelkoor benaderd voor verschillende commissies en besturen, dus aan sociale contacten had ik geen gebrek. Mijn plaats binnen het bestuur werd overgenomen door Ginette Hensen. In de nieuwe kantine kreeg de supportersvereniging een eigen plekje en wat een mooi plekje werd dat: “Suppoint”, de blikvanger in de kantine. Dat vond ik nu typisch wel iets voor een supportersvereniging!
Tot mijn spijt vernam ik, dat er een punt gezet wordt achter “Suppoint” en wat gebeurt er nu met de supportersvereniging? Wordt dit weer een soort bingoclubje? Wat een gemis, een supportersvereniging zonder verkooppunt van supportershebbedingetjes. Hoe zit het nu met onze kerstrollade, persoonlijk gebracht door Ginette, namens de supportersvereniging? Ik hoop echt dat de punt toch nog een komma wordt.

dinsdag 9 september 2014

Grasland

Wat was ik blij, toen ik na een paar dagen camping weer thuis kwam. Niet omdat ik het niet naar mijn zin had gehad, maar vanwege een grote verrassing, verzorgd door Daniëlle en Rogier. Het hele terras was onkruidvrij. Dat dit nog maar 8 weken geleden is, kan ik me haast niet voorstellen. Zeker niet als ik het terras nu weer bekijk.

Vandaag was er bij thuiskomst na een paar dagen camping weer een verrassing: De gemeente had het grasveld achter onze woning gemaaid. Het duurde toch nog even voordat ik het doorhad, omdat de randen, dus het uitzicht vanuit onze tuin, nog wel een meter hoog waren. Aan die 2 maaibeurten per jaar was volgens een woordvoerder van de gemeente niet veel te veranderen. Het betreft namelijk een stuk bouwland dat volgens gemeentevoorschrift 2x per jaar gemaaid wordt, maar de kanten, ja die zouden de volgende keer wel meegenomen worden. Dat was zeker niet te veel gevraagd.
Toen we in Drachten kwamen wonen in een nieuwe wijk, kregen alle straten de namen van ‘boeren velden’ zoals: ‘Hooiland’, ‘Tarweland’, ‘Veenland’ en ‘Graanland’. Wij kwamen aan ‘Grasland’ te wonen. Maar het stuk gras aan Grasland werd al snel bebouwd. Er bleef nog een punt onbebouwd grasland over, maar dat werd gelukkig beschouwd als openbaar groen.
Van ‘Grasland’ verhuisden we naar een buurt waar alle straten met de heide te maken hebben. De straatnamen hier zijn bv. ‘Lavendelheide’, ‘Dopheide’ en ‘Kraaiheide’. Wij kwamen terecht op ‘Heideanjer’. Wel een vooruitgang, want zo’n Heideanjer is toch een stuk mooier dan een Grasland. Ik had toen nog niet gedacht dat we eigenlijk aan Grasland zijn blijven wonen.
Dit alles bracht me na een weekend wandelen op de heide op een mooi idee: Het lijkt mij, gezien de omliggende straatnamen, dat er een mooi stukje heidenatuur aangelegd moet worden achter onze woning. Is de gemeente gelijk af van de 2 maaibeurten per jaar en wie wil er nou niet zo’n mooi uitzicht?